Het losbandige fenomeen kamperen

Majellapark by night - credits Robert-Jon EckhardtDit weekend ging ik kamperen. Dus na een week tassen inpakken (waar is die pomp gebleven?) trok ik de deur achter me dicht, liep precies 400 meter en klapte mijn geleende pop-up tent uit. De camping in kwestie was namelijk ook pop-up, voor en door de buurt. Er was code rood voorspeld, maar de camping was uitverkocht. Blijkbaar maakt kamperen een oergevoel los bij de stadse mens.

Vrienden verklaarde me voor gek dat ik mijn comfortabele bed verruilde voor een weekendje op een luchtbed (met lek hoofdkussen nog wel). Ik kon het vooruitzicht niet weerstaan. Het geluid van regen op tentdoek, de geur van het luchtbed en ongegeneerd bekijken hoe de buurman stuntelt met stokken en een doek.

Kamperen is voor de elite
Maar het is natuurlijk raar. Om je comfortabele huis na een jaar hard werken te verruilen voor een nylon doek om een paar weken onder te bivakkeren. Toch zijn er hele volksstammen die dat doen, dus er zal wel een grotere gedachte achter zitten. Kamperen begon zelfs ooit – rond 1880 – als een elitaire aangelegenheid. Hotels waren nog niet berekend op de nieuwe toeristen: mensen op de fiets met bagage achterop. Dus zaten de regelmatig kamers vol en dan mocht het overschot aan gasten in een tent in de tuin slapen. Het duurde niet lang voordat een kleermaker het gat in de markt vulde met tentjes die je achterop de fiets kon meenemen. Maar om a. een fiets te hebben, b. een tent en bijbehorende attributen te kopen en c. de vrije tijd te hebben om erop uit te trekken, moest je wel vermogend zijn. Dus het waren de keurige heren die zich het kamperen konden veroorloven.

Cursus kamperen voor pro’s
Hoe keurig de kampeerders ook waren, ze veroorzaakten toch een golf van verontwaardiging. Pure landloperij, dat kamperen. Dus stelde gemeenten kampeerregels in: alleen met bewijs van goed gedrag kreeg je een vergunning om één of twee nachten in een tent te verpozen. Toen het kamperen na de oorlog gemeengoed werd, ging de ANWB kampeercursussen organiseren. Daar kon je stijlvol leren kamperen: help de buurman met de tent opzetten, doe altijd decente kleding aan, geen ongehuwde stellen samen in één tent en rommel netjes opruimen. Voor de echte pro’s was er zelfs een kampeerpaspoort, waarmee je op bijzondere kampeerplekken mocht staan. Moest je wel drie weekenden onder leiding van een ANWB-mentor een proeve van bekwaamheid doen. Maar hé, de Champions League van het kamperen bereik je niet zomaar.

De blijdschap van thuiskomen
Tot de echte kampeerpro’s zal ik wel nooit gaan behoren. Maar wat was het genieten, met de hele buurt samen ontbijten onder een grote tent in ons eigen stukje surrogaatnatuur. En wat was het een opluchting dat mijn huis zo dichtbij was toen de zomerstorm zich aandiende. Want eigenlijk is dat het allerbeste van kamperen: thuiskomen, opnieuw zien wat je allemaal hebt en dan heel erg blij zijn.

 

Liesbeth blogt over tekst en andere culturele fenomenen

Fotocredits: Robert-Jon Eckhardt

©bureau tekst&zo, creatief partner in tekst en aanverwante zaken
Bron: Andere tijden

 

Post navigation

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *